Jouw rolstoel is dat wat je begrensd in je bewegingsvrijheid. Je wil wel, maar je kan niet mee(r)! Jouw aangeboren eigenschappen, meer of minder ontwikkeld tot competenties, kan je door beperkt te zijn niet gebruiken noch (meer) aanwenden. Of zoals iemand die een niet aangeboren hersenbeschadiging heeft: “Ik heb een rolstoel in mijn hoofd”. Zien omstanders niet letterlijke een rolstoel, die je beperkt, dan maakt dat lastig(er) voor hen om begrip te hebben en rekening met je te houden. Ook of vooral merkbaar als je op je werk jouw bijdrage wil leveren samen met je collega’s in het succes van de organisatie. Hoe wordt met jou omgegaan als jouw draagkracht daarin beperkt blijkt?

Rick Brink wist het goed te verwoorden. Hij was van geboorte af beperkt door het hebben van ‘een broos gesteld’. Een karakter past op den duur niet meer binnen de begrensdheid van ‘een rolstoel’. Dat geeft frustratie bij wie het (be)treft en wie meer (van jou) verwacht. Het past niet bij wie jij als persoon bent. Je eigenschappen komen niet volledig tot zijn recht. Het is ‘verdelend onrecht’ dat het jou en niet allen treft. Als elk mens, die van nature broos is, heb jij ook het recht op het volledig kunnen benutten van je eigenschappen. Alleen mis jij door je beperking het volledig vermogen om tot het vaardig gebruik daarvan te komen.
Degene die in God geloofd belijdt dat Hij in Zijn goedheid ons naar Zijn beeld geschapen heeft, volkomen recht en heilig. Het dacht ons mensen goed God niet voor Zijn grootheid en soevereine macht te erkennen. Dat heeft ons in de ellende van ‘verdelend onrecht’ van beperkt zijn gestort. Voor wie God erkent en te geloven dat Hij Zijn Zoon Jezus Christus tot ons gezonden heeft vindt het recht en laat zich door Zijn hand leiden. Dat geeft dé rust in welk onrecht je ook lijdt.
Daar heeft Rick Brink in zijn leven door Woord en daad van getuigd.
Henk-Jan Koetsier