Daar hoog was het zo heerlijk
Onuitsprekelijk begeerlijk
Alleen met Jezus te zijn
Zijn gezicht blonk als zonneschijn
God de Vader die sprak van genade
Is als de regen vroeg en spade
Nam mij in lompen gehuld
Luisterde vol van geduld
Hoe ik beleed
Ontdekt in mijn leed
‘k Heb gezondigd
In hoogmoed verkondigd
Niet langer meer waard
Een zoon naar uw aard
‘t Werd ongedacht een feest
Levend, wie eerst dood is geweest
Nu is ‘t feest is voorbij
Ontmoet ik weer razernij
Die zoals ik eertijds dwaalden
Geld en tijd doorheen maalden
Heer’ geef mij Uw liefde tot hen
Tot zij als ik Uw genade beken’