Daarbij opgemerkt:
- Hoewel Israël God afwijst, wat de geboorte van het kind uit een overspelige echtgenote, evenwel belooft God Zijn kerk door de Messias heerlijk weer op te richten uit de Joden en de heidenen:
- O u gelovige overgeblevenen van Israël, zegt tot de Joden, Ammi (Mijn volk) en Ruchama (Ontfermde) en verder tot de heidenen: door één geloof in één lichaam onder één Hoofd Jezus Christus samengevoegd Hosea1v12 – KTSV
- Toen hun verteld werd dat God zich niet meer over hen zou ontfermen, achtten zij dit niet, maar hielden zich staande met dit bedrog, dat zij Gods volk waren over wie God niet anders kon dan genadig zijn;
- Leer hieruit dat zij zich vergissen, die blind zijn voor hun eigen fouten, omdat de Heere hen spaart en voor hen toegefelijk is;
- En daarom rukt Hij die staf onder hen weg en ontkent iedere relatie met hen: gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik onder u de uwe niet zijn;
- Daar waar de vaders waren verstoten vanwege hun ongeloof, zullen de kinderen, op hun geloof, opgenomen worden;
- Leer hieruit dat zij, die de toestand van de Kerk naar hun eigen inzicht beoordelen, verkeerd te werk gaan, zodat zij God van bedrog beschuldigen, als het uiterlijk voorkomen niet aan hun opvatting beantwoordt;
- Jezus Christus moet het centrum van eenheid zijn voor geheel Gods geestelijke Israël;
- Als zij Christus tot hun hoofd hebben gesteld, zullen zij uit het land optrekken;
- Zij zullen komen, van allerlei slag, uit allerlei plaatsen;
- Het zal geen plaatselijke verhuizing zijn (want het wordt van hen gezegd dat ze in dezelfde plaats zijn, vs. 10), maar een verandering van gedachten, een geestelijke opgang tot Christus;
- De dag van Jizreël zal groot zijn wanneer dit alles zal geschieden. Israël wordt hier genoemd Jizreël, het zaad van God;
- Dit zaad wordt nu in de aarde gezaaid en begraven, maar de dag zal groot zijn wanneer de oogst komt.
Bron: Kantekeningen Statenvertaling, Bijbelverklaring Matthew Henry en Calvijn