De bedreiging van de dood, als de mens Adam en Eva God ongehoorzaam zouden worden, blijkt niet ijdel. Telkens klinkt “en hij of zij stierf”. Wij zijn de dood onderworpen, tenzij de verlossing van elders komt. Bedenk hoe droevig ons leven is dat wij na de verwoesting, of liever de uitwissing van het beeld God in ons, nauwelijks een kleine schaduw van het leven overhouden waarin wij de dood tegemoet snellen. De dood boodschapt ons dat God ‘niet dood’ of vergeetachtig is, maar Zijn Woord houdt: op de dag dat Adam en Eva van de verboden vrucht aten stierven zij de dood en wij met hen! Maar wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven.
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderft, maar het eeuwige leven heeft – Johannes3v16