Stel je voor dat je bent uitgeschakeld. Je ligt op bed en zelfs je urine en ontlasting kun je niet meer ophouden. Je wacht zo lang mogelijk om hulp te vragen. De zorg of je geliefden hebben het ontzettend druk, ook met de zorg die jij vraagt. Je toestand is beschamend. Uiteindelijk kun je het niet uithouden en roep je om hulp. Ze komen en verzorgen je. Heerlijk, je ligt er weer schoon, maar uitgeput bij. Dan zegt je hulp: bedankt, dat ik je helpen mag! Tranen lopen over je wangen. Zij dankbaar om mij te helpen? Goddank, wat voelt dat weldadig.
Vind je dat vreemd? Niet herkenbaar voor jou? Dat is te begrijpen. Je hoort het zelden. En als het gezegd wordt, is het moeilijk te ontvangen of te bevatten. Laat staan dat de hulpvrager en hulpgever het samen op hetzelfde moment zo beleven. Soms is het ook moeilijk te zien dat degene die hulp vraagt zich schaamt. Lang niet iedereen voelt zich zichtbaar zo onbeholpen in het leven.
Zelf doen wat we willen is de mens eigen. “Ikke zelf doen”: is als we gaan praten onze leus. Autonomie in relatie tot onze naaste is één van de grondregels in een gezonde relatie. Waar dat onbedoeld en onvrijwillig geschonden wordt, raken we afhankelijk. Geven en ontvangen in een gelijke (horizontale) relatie is dan uit balans. Hoewel dat een gerechtigde aanspraak op de hulp van anderen kan zijn, voelt het voor beiden als onrecht. De één in het geven en de ander in het ontvangen. Waar dat onrecht door beiden, hulpvrager en –gever, wordt erkend is barmhartigheid.

Jezus gaf het voorbeeld aan Zijn discipelen bij de voetwassing. Geen van Zijn discipelen vroeg om hulp om hun voeten te wassen. Hulp geven door de voeten te wassen was hun te min. Jezus stond op en deed het. Tot Hij bij Petrus kwam die zei: dat zult U mij in de eeuwigheid niet doen. Petrus schaamde zich om door Jezus geholpen te worden en voelde zich schuldig dat hij het niet had gedaan. Indien Ik u de voeten niet was, heb je geen deel aan Mij: antwoorde Jezus. In het hulp geven waar het jezelf niet lukt, wordt je elkaars deelgenoot. In gemeenschap met Jezus is in Zijn lijden en sterven tot afwassing van al onze zonden.
Een bewijs van toewijding van onze ziel aan God is onze krachten geven aan goed voor onze naaste. De Heere vraagt van ons (Rom12) om te zoeken waar wij barmhartigheid kunnen bewijzen. Niet alleen als de gelegenheid zich voor doet, maar dat wij de gelegenheid moeten zoeken. Oprechte liefde zal ons in zorgen en blijdschap van elkaar doen delen.
Het lijden in dit leven is verdelend onrecht, we hebben hetzelfde recht erop, echter treft het de één en de ander niet of veel minder. Door het beroep doen op elkaar voor hulp dragen we elkaars lasten.
Je geeft dat ik in jouw lijden deelgenoot mag zijn. Dat geeft maakt onze relatie(s) intiem. Spreek dat voortaan duidelijk uit:
Bedankt, dat ik je helpen mag!