“Uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader, door de heiliging van de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenkeling met het bloed van Jezus Christusmoge genade en vrede voor u vermeerderd worden.” – HSV 1Petrus1v2
De verkiezing van God is voor ons verborgen. Die wordt ons ook niet bekend door een bijzondere openbaring van de Geest. Hoewel iedereen door de getuigenis van de Geest verzekerd wordt van zijn verkiezing, van anderen weten wij dat niet. Het is niet nodig broeders en zusters daarop angstig te onderzoeken. Veelmeer moeten wij dat afleiden uit hun roeping. Zodat wij voor uitverkorenen houden al degenen die door hun geloof tot de gemeente toegedaan zijn.
Daarop is niets tegen ook al wijken er velen af en hebben sommigen niets anders dan geveinsdheid. Want degene die tot de gemeente zijn toegedaan voor uitverkoren houden doen wij naar het oordeel van de liefde. Niet naar het geloof, maar afgeleid naar de vruchten in hun leven gewerkt de Heilige Geest. Want God maakt niet heilig dan die Hij eerst uitverkoren heeft.
Naar de voorwetenschap, de oorsprong en eerste oorzaak van de verkiezing, dat God bij Zichzelf gekend heeft die Hij tot zaligheid wilde verkiezen. Want de sofisten, opdat ze de genade van God verduisteren, versieren dat God ieders verdienste tevoren ziet, en dat zo de verworpenen van de verkorenen onderscheiden worden, naar dat ieder of de verkiezing, of de verwerping waardig is, maar de Schrift stelt overal tegen onze verdiensten, het voornemen van God, waarin onze zaligheid gefundeerd is.
Onze zaligheid komt oorspronkelijk uit de onverdiende verkiezing van God. Wat wij waarnemen door de ervaring van het geloof. Waardoor ons God met Zijn Geest heilig maakt. Met als effect dat wij tot gehoorzaamheid vernieuwd worden én dat wij afgewassen worden door het bloed van Christus. Beiden het werk van de Heilige Geest. Zo kan de verkiezing van de roeping met de gerechtigheid van het geloof niet van elkaar gescheiden worden.
Bron: Bijbelverklaring Johannes Calvijn bij 1 Petrus 1 vers 2